CRAD | |
|
Gepost op 15 januari 2006. | |
Haïti zou een land zijn dat aan mensen blijft kleven. Ik geloof dat ik sinds kort ook tot die groep behoor... In december 2005 ben ik naar het halve eiland vertrokken en sta sneller dan gepland terug op Belgische bodem. De onveiligheid in de hoofdstad is iets te dicht bij mijn persoon gekomen en verhindert mij om op korte termijn terug te keren.Mijn tijd in Haïti is kort maar krachtig geweest. Ik heb de kans gehad om enkele weken van heel dichtbij de werking van CRAD (Centre de Recherche et d'Action pour le Développement) mee te beleven. Een organisatie die gedreven wordt door straffe madammen: van het soort dat de golven van tegenslag en voorspoed van het land al tientallen jaren kent en tegen de stroom in blijft roeien, en van het soort dat even jong is als mezelf en met stevige vuisten op de deur naar verandering klopt. Vrouwen die vrouwen helpen kansen afdwingen. Want een ngo zoals CRAD is ambitieus: vrouwen moeten met opgeheven hoofd hun plaats in de maatschappij kunnen zoeken, vinden en zelfs opeisen. Net voor kerst ben ik met CRAD een verkenningsronde gaan doen in het Noorden (Gros Morne en Ennery) waar ik zou ingeschakeld worden in één van hun projecten. De doelgroep bestaat uit slachtoffers van de cycloon Jeanne die in september 2004 grote ravages aanrichtte in de streek van Gonaïves. Het zijn vrouwen die - zoals zo vaak in Haïti - alleen moeten instaan voor de opvoeding van de kinderen. De meeste proberen de eindjes aan mekaar te knopen door wat gewassen te telen of door een klein handeltje op de markt. In de hoofdstad werd ik al geconfronteerd met de rokerige kraampjes op de markt die geroosterde kippenbillen aanbieden. Jaarlijks wordt bijna 22 000 ton van dit soort diepgevroren vlees geïmporteerd. De eieren die in de winkels en op straat te koop worden aangeboden, zijn afkomstig uit de Verenigde Staten of de Dominicaanse Republiek. Het projectidee van CRAD is om 600 vrouwen te selecteren die zelf met de productie van kippen en eieren aan de slag gaan om die op de lokale markt te verkopen. Bernard en Jimmy dragen het project in naam van CRAD en begeleiden een aantal vrouwen om zich te organiseren in groepen. Samen kunnen ze overgaan tot de aankoop van kuikens om die dan onder elkaar te verdelen. In dit kippenproject zullen alle 600 vrouwen een vorming krijgen van CRAD in verband met de huisvesting, voeding en gezondheid van de kippen. Dit moet hen in staat stellen om met de vijf kippen die ze aanvankelijk krijgen, verder te kweken. De eigenlijke opvolging van het project gebeurt door een 30-tal vrouwen (tussenpersonen) die zullen optreden als schakel tussen CRAD en de begunstigde vrouwen. Het project is net uit de startblokken geschoten en de steun en toeverlaat voor Bernard en Jimmy is Luling. Luling is een vrouw die zelf een begunstigde was in een kippenproject van een andere ngo en die de rots in de branding moet zijn voor de heren. En ook voor mezelf. Luling vangt ons bij aankomst in Gros Morne op, stoft ons letterlijk af, spijst de hongerigen en brieft ons wat ze sinds de vorige ontmoeting allemaal ondernomen heeft. Op de binnenkoer van haar huisje staat een kippenhok met een achttal kippen. Kuikens lopen over het erf. Het bewijs dat het idee van CRAD een mooie toekomst wacht. 's Anderendaags krijgen we eitjes van haar kippen. Ik mag van haar samsam proeven. Een zoete lekkernij gemaakt van pindanoten en maïs. De tussenpersonen uit Gros Morne zijn intussen allemaal verzameld in de kleine woonkamer van Luling. Ik onderneem een schuchterige poging om mij in mijn beste Creools voor te stellen en zij beweren dat het mij al goed af gaat. Ze overdrijven natuurlijk - ik beschik over de woordenschat van een kleuter - maar hun goedkeurende blikken geven mij vleugels. Ik verheug mij er al op om binnen een aantal weken op een normale manier met hen te kunnen praten. (Ik moet dan toch nog eens opnieuw naar het recept van die samsam vragen want ik denk dat ik er toch niet alles van begrepen heb.) Eén voor één brengen de vrouwen hun ondernomen acties aan. Allemaal hebben ze de interviews met de begunstigden afgerond en iedereen heeft een goed zicht op wie waar zal werken. De eerstvolgende stap in het project is de zoektocht naar een terrein om de aangekochte kuikens tijdelijk in een hok onder te brengen vooraleer ze verdeeld zullen worden. De rest van de dag zullen we gebruiken om twee terreinen te vergelijken die de vrouwen hebben voorgesteld. Eens de zon onder, is het tijd om de prille vriendschapsbanden bij pot en pint nader aan te halen. Gros Morne is een vrij grote stad, maar toch hebben weinig huisgezinnen elektriciteit. We zijn genoodzaakt om de lokale discotheek op te zoeken waar wel muziek weerklinkt. We rijden het stadje door en het valt op hoe fel het streng beveiligde gebouw van de bank in het licht blaakt. Felle spots zetten het roze gebouw in een blauwige schijn. Kinderen zitten langs de hekken met boeken op schoot en profiteren van het licht van de bank... In de discotheek hebben we geluk: de helft van de tafeltjes is ingenomen door het gezelschap van een advocaat die er zijn verjaardag viert. De andere helft wordt ingepalmd door ons, we zijn immers met een tiental. Ik prijs het Haïtiaanse Prestige-bier en iedereen is trots te kunnen vertellen dat het in 2000 tot beste Lagerbier ter wereld verkozen geweest is. Wie ben ik om hen tegen te spreken. Ik waag mij aan mijn eerste passen op Konpa-muziek en toost mee op de 30 jaren van de advocaat. Wanneer de jarige zijn lijstje afloopt met mensen die ook een toost waard zijn, frons ik mijn wenkbrauwen wanneer hij de man bedankt die er die avond was om over de veiligheid van het feestje te waken: Monsieur La Guerre. Hoe komt een veiligheidsagent aan zijn naam 'La Guerre'? Op de terugweg naar Port-au-Prince bezoeken we een kippenproject van een andere ngo in Mapou Rollin. Het is opgestart geweest in 2001 en de kippen worden voor ongeveer 4 euro verkocht aan vrouwen die ze dan op hun beurt voor 5 euro op de markt kunnen verkopen. Het ziet er uit als een goed geoliede machine. Tot zoiets zou ons project ook kunnen uitgroeien in Gros Morne. "Ja", zegt Bernard, "maar het ligt wel volledig in de handen van de vrouwen zelf. Ze moeten eerst de tijd krijgen om op kleine schaal een zekere duurzaamheid te zoeken." Ikzelf sta versteld: de verantwoordelijke voor de dagelijkse leiding is een vrouw die ons trots haar kippen toont. Ook zij heeft een groep van tussenpersonen rond zich geschaard die met de vrouwen van de doelgroep zullen samen werken, maar dan in de streek van Ennery. We keren op de dag van kerstavond terug naar Port-au-Prince en er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om een kalkoen, een meute kippen en een geit op de markt in te slaan. Het is al duister als ik terug thuis ben. Ik haast me in een kerstjurk en vervoeg enkele nieuwe vrienden om kerst te vieren. Ik ben trots om aan deze stadsmensen het verhaal van Gros Morne, de kippen en een ontsnapte geit te kunnen vertellen. We toosten op Haïti, de verkiezingen en de wereldvrede. Enkele dagen na kerstmis wordt Wim op een laffe manier ontvoerd door een gewapende bende en 18 uur later bevrijd door de politie. Drie ontvoerders worden gearresteerd maar de opdrachtgevers kunnen ontkomen. Twee weken na de ontvoering worden we door dezelfde bende bedreigd en worden we als het ware met de rug tegen de muur gezet. In Haïti blijven werken is geen optie meer. Maar toch, we hadden beiden gezien dat er genoeg Haïtianen zijn die de schouders blijven zetten onder de bouw van een ander Haïti. Dag na dag begroeten ze mekaar met 'Nou la' wat betekent: 'We zijn er (nog altijd)'. Dappere mannen en vrouwen waar ik ontzaglijk veel respect voor heb. Hoewel ze de kans kunnen grijpen om net zoals een deel van hun familie of vriendenkring naar het buitenland te emigreren om daar een beter leven op te bouwen, blijven ze. Omdat ze weten dat Haïti een ander land (moet) worden. |
![]() ![]() ![]() |
|
© 2005 Wim Schalenbourg
| |